ECLI:NL:RBROT:2021:11793
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping indicatie individuele begeleiding Wmo 2015 onterecht verklaard
Eiser, woonachtig in een zorgcentrum, had een indicatie voor individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015, die in 2018 werd beëindigd door verweerder. Verweerder stelde dat de ondersteuning via wijkverpleging kon plaatsvinden en dat voor andere leefgebieden geen begeleiding nodig was. Eiser betwistte dit en stelde dat het onderzoek onvolledig en ondeugdelijk was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de heroverweging niet de volledige hulpvraag had onderzocht en zich had beperkt tot de gezondheid van eiser, terwijl ook financiën, dagbesteding en huisvesting relevant waren. Uit een latere indicatie van augustus 2021 bleek dat eiser nog steeds zorg nodig had, wat de stelling van verweerder dat de intrekking terecht was, weerlegde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de Wmo-indicatie is vernietigd en het primaire besluit herroepen.