Partijen sloten op 1 november 2018 een studieovereenkomst voor een rijopleiding, waarbij de studiekosten door eiseres werden voorgeschoten onder de voorwaarde dat gedaagde na het behalen van het rijbewijs minimaal 26 maanden in dienst zou blijven. Gedaagde trad na voltooiing van de opleiding in dienst, maar werd tijdens de proeftijd ontslagen vanwege veroorzaakte schade.
Eiseres vorderde terugbetaling van de studiekosten conform de studieovereenkomst. Gedaagde betwistte dit en beriep zich op de cao Beroepsgoederenvervoer, die volgens hem terugbetaling alleen bij eigen ontslag regelt. De rechtbank oordeelde dat de cao niet van toepassing is op de studieovereenkomst, omdat gedaagde ten tijde van het sluiten daarvan nog geen werknemer was en de cao niet met terugwerkende kracht geldt.
Voorts verwierp de rechtbank het beroep op redelijkheid en billijkheid, omdat gedaagde vrijwillig de opleiding volgde en het ontslag niet leidt tot onredelijkheid in de terugbetalingsverplichting. De vordering tot terugbetaling van € 6.586,36 werd toegewezen, de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens onjuiste aanmaning. Het verstekvonnis werd vernietigd en de proceskosten werden aan gedaagde opgelegd. De reconventionele vordering van gedaagde werd afgewezen.