De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een machtiging te verlenen voor verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met complexe gedragsproblemen. De minderjarige vertoont zeer zelfbepalend en opstandig gedrag, weigert hulp en schoolgang, en heeft meerdere politieregistraties. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar slaagt er onvoldoende in het gedrag te corrigeren.
De kinderrechter heeft reeds een voorlopige ondertoezichtstelling verleend tot 4 februari 2022 en een machtiging gesloten jeugdhulp voor vier weken. De Raad en de gecertificeerde instelling verzoeken verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling. De moeder en het kind zelf wensen een kortere duur van vier weken en hopen op een spoedige terugkeer naar huis.
De kinderrechter oordeelt dat de ernst van de gedragsproblemen en de onwil van het kind en de moeder om mee te werken aan vrijwillige hulpverlening een langere periode van gesloten jeugdhulp noodzakelijk maken. De machtiging wordt daarom verleend voor de volledige duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, waarbij het belang van een veilige en stabiele omgeving en het hervatten van schoolgang centraal staan.
De beschikking is mondeling gegeven op 11 november 2021 en schriftelijk vastgesteld op 30 november 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.