ECLI:NL:RBROT:2021:11899

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 november 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
C/10/628172 / JE RK 21-2913
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige problematiek

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 november 2021 een beschikking gegeven inzake een machtiging gesloten jeugdhulp voor een vijftienjarige minderjarige met een belast verleden en ernstige gedragsproblemen. De minderjarige verbleef eerder in een gezinshuis, maar vanwege toenemende problematiek en onveiligheid werd een gesloten plaatsing noodzakelijk geacht.

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om spoedige opname in een gesloten accommodatie voor vier weken, met verlenging aansluitend aan de ondertoezichtstelling. De vader erkende de problematiek en hoopte dat de gesloten setting rust zou brengen, terwijl de moeder instemde met het verzoek. De minderjarige zelf gaf aan gemotiveerd te zijn en binnen twee maanden te kunnen laten zien dat hij zich aan afspraken kan houden.

De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren en om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de hulp onttrekt. De machtiging werd verleend voor de periode van 8 november 2021 tot 8 januari 2022, waarbij het overige verzoek werd afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 30 november 2021.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor twee maanden om veiligheid en behandeling van de minderjarige te waarborgen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/628172 / JE RK 21-2913
datum uitspraak: 11 november 2021

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het verdere procesverloop

Het blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 4 november 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken,
- de verklaring d.d. 4 november 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder,
- de instemmende verklaring d.d. 8 november 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 11 november 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting ook apart is gehoord in bijzijn van mr. L.A. Middelkoop,
- de moeder,
- de vader,
- de vertegenwoordigsters van de GI, [naam 1] en [naam 2].

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp.
Bij beschikking van 8 januari 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
24 januari 2022.
Bij beschikking van 4 november 2021 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 4 november 2021 voor de duur van vier weken, te weten tot 2 december 2021, waarbij het overige verzochte is aangehouden.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] met spoed in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken en aansluitend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van de GI

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Sinds dat de plaatsing van [naam kind] in het gezinshuis is stopgezet, heeft de GI zich achter de schermen ingespannen om een veilige behandelplek voor [naam kind] te vinden. In de tussentijd is [naam kind] bij de vader gaan wonen. De thuisplaatsing bij de vader verliep vanaf het begin af aan moeizaam vanwege de problematiek van [naam kind]. Om verder afglijden van [naam kind] te voorkomen wordt een gesloten plaatsing noodzakelijk geacht. Naar de mening van de GI dient de plaatsing van [naam kind] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp zo kort mogelijk te duren. Het is belangrijk dat bij [naam kind] binnen de gesloten jeugdhulp een persoonlijkheidsonderzoek wordt afgenomen en dat wordt onderzocht wat hij nodig heeft om door te stromen naar een open groep van Groot Emaus.

Het standpunt van de vader

Volgens de vader is [naam kind] nadat zijn plaatsing binnen het gezinshuis abrupt is beëindigd thuisgeplaatst zonder dat er voor hem een school of een andere dagbesteding was geregeld, waardoor het thuis niet goed is gegaan
.Hoewel de vader het niet geheel eens is met een gesloten plaatsing, hoopt hij dat [naam kind] binnen de gesloten setting tot rust kan komen en hij gaat inzien dat het allemaal anders moet.

Het standpunt van de moeder

De moeder verzet zich niet tegen het verzoek. Het is voor de moeder een geruststellende gedachte dat [naam kind] nu niet weg kan lopen en dat zijn veiligheid wordt gewaarborgd. De moeder hoopt dat [naam kind] zich binnen de gesloten jeugdhulp kan herpakken en behandeling kan krijgen voor zijn problematiek, alvorens hij terug kan naar huis of kan doorstromen naar een open groep.

Het standpunt van [naam kind]

Namens en door [naam kind] is opgemerkt dat uit de verklaring van de gedragswetenschapper van
8 november 2021 blijkt dat er slechts instemming wordt gegeven voor een gesloten plaatsing van maximaal twee maanden. [naam kind] is van mening dat hij binnen deze termijn kan laten zien dat hij zich aan de afspraken kan houden. [naam kind] is gemotiveerd en werkt mee aan zijn behandeling.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hier sprake van is.
[naam kind] is een vijftienjarige jongen met een zeer belast verleden en er is bij hem sprake van forse problematiek. Er zijn van kleins af aan verschillende soorten van hulpverlening ingezet voor [naam kind]. Dit alles heeft er niet toe geleid dat [naam kind] thuis kon blijven wonen. [naam kind] heeft op verschillende plekken gewoond. Hij woonde sinds december 2020 bij gezinshuis Veda in Apeldoorn. De problematiek van [naam kind] oversteeg de mogelijkheden binnen het gezinshuis. In de afgelopen maanden is sprake geweest van toename van wantrouwen en zelfbepalend gedrag van [naam kind], waardoor zijn veiligheid en die van anderen op de groep niet langer gegarandeerd kon worden. Het ontregelde beeld dat hij laat zien en de weigering om mee te werken aan een open plaatsing maakt dat een plaatsing in de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om [naam kind] passende behandeling te kunnen bieden en om zijn veiligheid te waarborgen. Het is van belang dat [naam kind] gestabiliseerd wordt in een omgeving die hem zowel duidelijke grenzen als bescherming biedt. In de komende periode zal [naam kind] moeten bewijzen dat hij zich aan afspraken kan houden. De gedragswetenschapper heeft aangegeven dat dit binnen een tijdsbestek van twee maanden bereikt zou moeten zijn en dat een langer verblijf van [naam kind] in gesloten setting niet in zijn belang is. De kinderrechter zal, gelet op het voorgaande, de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen met ingang van 8 november 2021 tot 8 januari 2022 en het resterende deel van het verzoek afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 8 november 2021 tot 8 januari 2022 betreffende de minderjarige [naam kind];
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2021 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 november 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.