De veroordeelde is meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraffen en hechtenis, met een totale strafrestant van 143 dagen. Op 3 oktober 2019 is hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 365 dagen. Na overtredingen van bijzondere voorwaarden werd de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk herroepen en later weer verleend met aanvullende voorwaarden, waaronder klinische opname.
Op 28 oktober 2021 vorderde het Openbaar Ministerie de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens het niet naleven van de bijzondere voorwaarde van klinische behandeling. De veroordeelde had de kliniek Wier van Fivoor een dag na opname impulsief verlaten. De reclassering adviseerde voortijdige beëindiging van het toezicht vanwege het ontbreken van gedragsverandering en een hoog recidiverisico.
Tijdens de terechtzitting op 19 november 2021, waar de veroordeelde telefonisch aanwezig was, lichtte de reclasseringsdeskundige toe dat de omschakeling naar klinische opname moeilijk was voor de veroordeelde vanwege zijn laag verstandelijk functioneren. Een langere voorbereiding zou geen oplossing bieden en opname langer dan één dag was niet haalbaar.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde niet in staat is om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden en dat hem dit niet kan worden verweten. Daarom achtte de rechtbank het niet gerechtvaardigd om de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen en wees de vordering van het Openbaar Ministerie af.