Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
, Vereniging [naam vereniging](te [plaats 2] )
en 17 overige verzoekers, woonachtig te [plaats 1] , [plaats 3] , [plaats 2] en [plaats 4] , verzoekers,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard verzocht om intrekking van omgevingsvergunningen voor het oprichten van windturbines, stellende dat deze vergunningen in strijd zijn met Unierechtelijke bepalingen en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zij baseren zich op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europese Hof van Justitie, waarin is geoordeeld dat het Activiteitenbesluit als plan of programma een milieubeoordeling vereist.
De voorzieningenrechter overweegt dat de omgevingsvergunningen inmiddels onherroepelijk zijn en dat er geen lopende beroepsprocedures zijn. Het verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van de vergunningen, wordt als een ver strekkende maatregel beoordeeld die niet passend is in deze procedure. Tevens is het niet uitgesloten dat de normen na een eventuele milieuherbeoordeling ongewijzigd blijven.
Daarnaast is bij de vergunningverlening een milieueffectrapportage uitgevoerd, wat betekent dat er een eigen milieubeoording heeft plaatsgevonden die verder gaat dan het Activiteitenbesluit. De voorzieningenrechter weegt het belang van rechtszekerheid van vergunninghouders zwaar en wijst daarom het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot intrekking en schorsing van de onherroepelijke omgevingsvergunningen voor windturbines wordt afgewezen.