Tussen eiser als verhuurder en gedaagden als huurders is een huurovereenkomst gesloten voor een woning. Gedaagden betaalden de huur niet volledig vanwege gebreken aan het gehuurde, waaronder lekkages en stankoverlast. Het Huurteam constateerde deze gebreken en eiser heeft deze grotendeels hersteld.
Gedaagde 1 heeft de huur gedeeltelijk opgeschort in afwachting van herstel en een uitspraak van de Huurcommissie over huurprijs en servicekosten. De kantonrechter oordeelt dat de opschorting voor juni tot en met augustus 2020 terecht was vanwege onbewoonbaarheid, maar dat de gedeeltelijke opschorting daarna niet gerechtvaardigd was.
De huurachterstand wordt grotendeels toegewezen, maar de gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat gedaagde 1 niet in verzuim was bij ontvangst van de aanmaning. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen hun eigen kosten dragen.