De zaak betreft een procedure tussen Stichting Havensteder en een huurder over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder heeft een achterstand opgebouwd van € 6.388,09 tot en met oktober 2021 en is ondanks aanmaningen in gebreke gebleven met betaling. Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
De huurder erkent de achterstand en legt uit dat hij door gezondheidsproblemen niet in staat was de huur te betalen en een eerdere betalingsregeling niet kon nakomen. Hij verzoekt om een nieuwe regeling, maar de kantonrechter wijst dit af omdat een betalingsregeling alleen met instemming van de verhuurder kan worden vastgesteld.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van ruim acht maanden een tekortkoming van voldoende gewicht is om de huurovereenkomst te ontbinden. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast worden de gevorderde incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, rente en de maandelijkse huur zolang hij het gehuurde blijft gebruiken.