ECLI:NL:RBROT:2021:11938

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 augustus 2021
Publicatiedatum
3 december 2021
Zaaknummer
9349184
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 6:96 lid 5 BWArt. 19 Zorgverzekeringswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand eigen risico zorgverzekering en incassokosten

Gedaagde is een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan met DSW Zorgverzekeraar waarbij een eigen risico geldt voor verleende zorg. Gedaagde maakte aanspraak op zorgvergoeding, waarop DSW het eigen risico van €258,05 in rekening bracht. Gedaagde bleef in gebreke met betaling, waarop DSW een incassoprocedure startte en buitengerechtelijke kosten maakte.

DSW vorderde betaling van €311,20 plus wettelijke rente en proceskosten. Gedaagde erkende de schuld maar gaf aan dat eerdere pogingen tot betalingsregeling financieel niet haalbaar waren. De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom, rente en incassokosten toewijsbaar zijn, maar dat hij geen betalingsregeling kan opleggen zonder instemming van DSW.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het volledige bedrag en de proceskosten, en gaf gedaagde in overweging alsnog contact op te nemen met DSW om een regeling te treffen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande eigen risico, wettelijke rente en incassokosten aan DSW.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9349184 \ CV EXPL 21-24354
uitspraak: 27 augustus 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de onderlinge waarborgmaatschappij
Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Schiedam,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 7 juli 2021,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde],
gedaagde,
gemachtigde: [naam].
Partijen worden hierna aangeduid als ‘DSW’ respectievelijk ‘[gedaagde]’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het exploot van dagvaarding, met producties;
  • de aantekeningen van de griffier van het op de rolzitting van 27 juli 2021 door de gemachtigde van [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van het volgende.
2.1.
[gedaagde] is met DSW een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan, uit hoofde waarvan [gedaagde] een eigen bijdrage verschuldigd kan zijn voor de aan haar verleende zorg. Indien er aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding voor verleende zorg, dan geldt ingevolge artikel 19 van Pro de Zorgverzekeringswet een verplicht eigen risico.
2.2.
[gedaagde] heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van zorg. DSW heeft [gedaagde] in dat verband middels drie nota’s, gedateerd op respectievelijk 1 augustus 2020 en tweemaal 1 oktober 2020, een bedrag ter hoogte van € 258,05 aan eigen risico in rekening gebracht aan [gedaagde].

3..De vordering

3.1.
DSW heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 311,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 258,05 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
3.2.
Aan haar vordering heeft DSW - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de betaling van het eigen risico. Het betreft een bedrag van € 285,05 aan hoofdsom. Wegens de vertraging in de betaling is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd over de hoofdsom. Die rente bedraagt tot de dag van de dagvaarding € 4,75. Door de wanbetaling van [gedaagde] zag DSW zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Die kosten ten bedrage van € 48,40 (inclusief btw) komen op grond van artikel 6:96 lid 5 BW Pro voor rekening van [gedaagde].

4..Het verweer

4.1.
[gedaagde] heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist, maar voert aan dat eerdere pogingen tot het treffen van een betalingsregeling zijn gestrand, doordat de eerder voorgestelde regeling(en) financieel niet haalbaar bleken voor [gedaagde].

5..De beoordeling

5.1.
[gedaagde] heeft de stellingen van DSW niet betwist. In rechte moet daarom worden uitgegaan van de juistheid daarvan. Anzai is gehouden het eigen risico te betalen. De gevorderde hoofdsom ten bedrage van € 258,05 zal dan ook worden toegewezen.
5.2.
[gedaagde] is bereid om de betalingsachterstand door middel van een regeling af te lossen. Op grond van artikel 6:29 BW Pro is de kantonrechter niet bevoegd een betalingsregeling vast te stellen in het vonnis zonder instemming van DSW. De kantonrechter geeft [gedaagde] daarom in overweging zich binnen korte termijn na ontvangst van dit vonnis (nogmaals) tot de gemachtigde van DSW te wenden, teneinde alsnog te proberen om een betalingsregeling overeen te komen.
5.3.
De gevorderde rente is als onbetwist en op de wet gegrond toewijsbaar en zal dan ook worden toegewezen.
5.4.
DSW heeft aanspraak gemaakt op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. De kantonrechter stelt vast dat DSW voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassokosten zijn verricht. Voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag ter hoogte van € 40,00 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, alsmede de daarover gevorderde btw ten bedrage van € 8,40. In totaal zal een bedrag ter hoogte van € 48,40 worden toegewezen.
5.5.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten zijn vastgesteld op € 126,00 aan griffierecht en € 123,60 aan exploot- en informatiekosten. Het salaris voor de gemachtigde van DSW wordt begroot op (1 punt à) € 75,00.

6..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan DSW tegen kwijting te betalen € 311,20, vermeerderd met de wettelijke rente over € 258,05 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van DSW vastgesteld op € 249,60 aan verschotten en € 75,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
50724