Uitspraak
bevel
RECHTBANK ROTTERDAM-14-
[naam verdachte],
Procedure
Beoordeling
Ernstige bezwaren en gronden
IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111
Schorsing
Beslissing
90 (negentig) dagen;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 30 november 2021 het bevel tot gevangenhouding van verdachte bevestigd. De verdenking betreft ernstige feiten waaronder een wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld in een woning. De officier van justitie had de gevangenhouding gevorderd en de rechtbank heeft na onderzoek en het horen van partijen geoordeeld dat de ernstige bezwaren en de wettelijke gronden voor bewaring nog steeds bestaan.
De verdediging verzocht subsidiair om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van een getuige betrouwbaar is en dat er meerdere aanwijzingen zijn die de betrokkenheid van verdachte ondersteunen. De ernst van de feiten en het maatschappelijk belang bij handhaving van de gevangenhouding wegen zwaar. Er zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen.
De rechtbank wees het schorsingsverzoek af en benadrukte dat elk verzoek tot schorsing op eigen merites moet worden beoordeeld, waarbij persoonlijke belangen concreet moeten worden onderbouwd. De rechtbank nam de relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafvordering in acht en bepaalde een gevangenhoudingstermijn van negentig dagen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het bevel tot gevangenhouding en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.