ECLI:NL:RBROT:2021:11967
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen stopzetting WAO-uitkering
Opposant maakte bezwaar tegen de stopzetting van zijn WAO-uitkering door het UWV, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond omdat het bezwaar te laat was ingediend. Opposant stelde in verzet dat hij de brief over de stopzetting aanvankelijk als phishing beschouwde en pas later op de hoogte was van het besluit, waardoor de termijn volgens hem pas later was gaan lopen.
Tijdens de zitting verklaarde opposant dat hij door zijn psychische gesteldheid en het wantrouwen jegens de communicatie van het UWV niet tijdig bezwaar kon maken. Hij vermoedde dat de correspondentie frauduleus was en dat hij werd misleid door derden, wat hem verhinderde adequaat te reageren.
De verzetrechter oordeelde dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding verschoonbaar maken en dat het beroep niet zonder zitting had mogen worden afgedaan. Het verzet is daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige behandeling met oog voor de bijzondere situatie van opposant.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard vanwege verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat.