Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiser 1],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
.Hij is daarna in 2009 bij [eiser 2] ingetrokken. Hij staat sinds 21 juli 2010 ingeschreven op het huuradres.
Rechtbank Rotterdam
De zoon woont sinds 2009 bij zijn moeder na een periode van zelfstandig wonen en psychische problemen. Zij voeren een duurzame gemeenschappelijke huishouding en voorzien samen in de kosten. De zoon is sinds 2010 ingeschreven op het huuradres.
Havensteder weigerde de zoon als medehuurder aan te merken, stellende dat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding bestond. De rechtbank stelt vast dat ondanks de familierelatie en eerdere zelfstandigheid van de zoon, bijzondere omstandigheden zoals langdurige samenwoning, wederzijdse afhankelijkheid en gezamenlijke kosten leiden tot een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
De inschrijving van de zoon als woningzoekende wordt niet als tegenbewijs gezien, omdat hij niet actief op zoek was naar een eigen woning. De rechtbank veroordeelt Havensteder tot het erkennen van het medehuurderschap van de zoon vanaf de dag van dagvaarding en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Zoon wordt met ingang van dagvaarding medehuurder van de woning van zijn moeder.