Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan twintig schuldeisers, waarbij negentien schuldeisers instemmen, maar de gemeente Rotterdam weigert mee te werken vanwege een vordering op grond van de Participatiewet. De rechtbank weegt het belang van de gemeente af tegen dat van verzoeker en overige schuldeisers.
De rechtbank constateert dat de vordering van de gemeente slechts 2,9% van de totale schuldenlast betreft en dat het voorstel door een onafhankelijke partij is getoetst en goed onderbouwd is. Verzoeker is psychisch beperkt en vrijgesteld van sollicitatieplicht tot februari 2022. De regeling is een prognoseakkoord dat ruimte laat voor hogere aflossingen bij verbetering van de situatie.
Gezien de belangenafweging en de stabiele situatie van verzoeker, weegt het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan dat van de gemeente. De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam in te stemmen met de regeling, wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.