Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:12105

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
10-307924-19
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 57 SrArt. 231b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gebruik identiteitsgegevens derden bij afsluiten sim-only abonnementen

De rechtbank Rotterdam heeft op 3 december 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht identiteitsgegevens van anderen te hebben gebruikt voor het afsluiten van drie sim-only abonnementen bij Tele2. De verdachte gebruikte onder meer naam, geboortedatum, adres, rekeningnummer en identiteitskaartnummer van derden met het oogmerk zijn eigen identiteit te verhullen en die van anderen te misbruiken.

Tijdens de terechtzitting op 19 november 2021 heeft de verdediging vrijspraak bepleit met het argument dat anderen de telefoon van verdachte gebruikten voor de bestellingen. Dit werd door de rechtbank echter als ongeloofwaardig verworpen. Uit het onderzoek van de telefoon van verdachte bleek dat er onderhandelingen plaatsvonden over de aankoop van identiteitsbewijzen en dat er screenshots waren van bestellingen met misbruikte identiteitsgegevens.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte op 23 november 2017 in Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk persoonsgegevens van anderen gebruikte, waardoor nadeel kon ontstaan. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn en de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het feit, legde de rechtbank een taakstraf van 200 uur op, met een vervangende hechtenis van 96 dagen voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur wegens het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken van identiteitsgegevens van anderen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10-307924-19
Datum uitspraak: 3 december 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte],
raadsvrouw mr. E. Demir, advocaat te Amsterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 november 2021.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair
120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewijswaardering
4.1.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. De – via de telefoon van de verdachte – gedane bestellingen zijn niet door verdachte, maar door anderen, die eveneens van de telefoon van verdachte gebruik maakten, geplaatst.
4.1.2.
Beoordeling
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de
bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.
De telefoon van de verdachte is uitgelezen en uit de verkregen gegevens hiervan bleek dat de gebruiker van deze telefoon onderhandelt over de aankoop van identiteitsbewijzen of persoonsgegevens van identiteitsbewijzen. Met deze telefoon zijn voorts op 23 november 2017 bestellingen gedaan bij Tele2, waarbij gebruik werd gemaakt van een paspoort of identiteitskaart van personen die aangifte hebben gedaan van vermissing van deze documenten. Verder werden op deze telefoon drie screenshots aangetroffen van drie bestellingen van simkaarten bij Tele2, waarbij gebruik was gemaakt identiteitsgegevens van gesignaleerd staande identiteitsdocumenten waarvan foto’s werden aangetroffen in de telefoon van de verdachte.
Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat de verdachte zijn telefoon weleens uitleende zodat anderen op zijn telefoon handel kon uitvoeren acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. De verdachte heeft het scenario ook niet uitgewerkt of onderbouwd. Daarmee is dat scenario op geen enkele wijze concreet geworden.
Het verweer wordt verworpen.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 23 november 2017 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten de naam en de geboortedatum en het adres en het rekeningnummer en het identiteitskaartnummer van [naam 1] en van [naam 2] en van [naam 3] heeft gebruikt door met deze gegevens een bestelling bij Tele2 te doen met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
Opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft identiteitsgegevens van anderen gebruikt voor het afsluiten van drie Sim Only abonnementen bij Tele2. Door zo te handelen, uitsluitend voor eigen gewin, heeft de verdachte de slachtoffers benadeeld en schade toegebracht aan het vertrouwen dat in het economisch verkeer moet kunnen worden gesteld aan identiteitsgegevens. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
2 september 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 8 december 2017 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.
Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden.
Tussen 8 december 2017 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van vier jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf.
In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd. De rechtbank zal dat nu niet doen, maar aan verdachte een taakstraf opleggen.
Voorts houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van het feit en zal daarom de op te leggen taakstraf iets matigen ten opzichte van de eis van de officier van justitie.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de ondergane inverzekeringstelling, passend en geboden.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 231b van het Wetboek van Strafrecht.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van
200 (tweehonderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
192 (honderd tweeënnegentig) urente verrichten taakstraf resteert;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
96 dagen;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,
en mrs. A. Bonder en C.C. Peterse, rechters,
in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 december 2021.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging/ tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 23 november 2017 te Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten de naam en/of de geboortedatum en/of het adres en/of het rekeningnummer en/of het identiteitskaartnummer van [naam 1] en/of van [naam 2] en/of van [naam 3] heeft gebruikt door met deze gegevens een bestelling bij Tele2 te doen met het oogmerk om zijn/haar identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;