ECLI:NL:RBROT:2021:12110
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering zorgverzekeraar tegen verzekerde wegens niet-betaalde premie en kosten
VGZ Zorgverzekeraar vordert van verzekerde betaling van een deel van de openstaande premie en eigen risico, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. De verzekerde erkent de verschuldigdheid van de premie en zorgkosten, maar stelt dat een betalingsregeling geldt waardoor de vordering niet opeisbaar is. VGZ betwist dat er een lopende regeling is en stelt dat de gehele vordering opeisbaar is.
De verzekerde voert tevens aan dat de omvang van de vordering onduidelijk is en dat hij mogelijk dubbele betalingen doet aan meerdere instanties. De rechtbank oordeelt dat VGZ voldoende bewijs heeft geleverd van de verschuldigde bedragen en dat de verzekerde geen onderbouwing heeft gegeven voor de stelling van dubbele betalingen.
De rechtbank veroordeelt de verzekerde tot betaling van €500 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 februari 2021, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt een deel van de vordering toegewezen, waarbij VGZ zich het recht voorbehoudt het meerdere later te vorderen.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €500 met wettelijke rente en proceskosten aan VGZ.