ECLI:NL:RBROT:2021:12115

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
9503957 VV EXPL 21-47
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 46 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot invoering urgentieverklaring woningzoekende door woningcorporatie

Eiser, voormalig huurder van Poort6, vordert dat Poort6 de door de gemeente toegekende urgentieverklaring voor woningtoewijzing accepteert en invoert in het online systeem, zodat hij met voorrang kan reageren op huurwoningen.

Poort6 weigerde dit vanwege een eerdere ontruiming wegens woonfraude. Eiser stelt dat Poort6 onrechtmatig handelt door de urgentieverklaring niet te accepteren, gelet op de maatschappelijke zorgvuldigheid die een volkshuisvester moet betrachten.

De kantonrechter overweegt dat Poort6 contractsvrijheid heeft, maar ook een bijzondere verantwoordelijkheid jegens personen met een urgentieverklaring op medische gronden. Poort6 heeft geen feiten aangevoerd die twijfel zaaien over de medische urgentie. De door Poort6 aangevoerde wachtperiode na woonfraude is niet algemeen bekend en niet overeengekomen.

Gezien het ziektebeeld van eiser en zijn gebondenheid aan dagbesteding weegt zijn belang zwaarder dan dat van Poort6. De weigering van Poort6 is onrechtmatig. De vordering wordt toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving en veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Poort6 wordt veroordeeld de urgentieverklaring van eiser binnen 24 uur in te voeren in het woningtoewijzingssysteem.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9503957 VV EXPL 21-47
uitspraak: 17 november 2021
vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats eiser],
eiser,
gemachtigde: mr. S.E.C. Segeren-Krijnen,
tegen:
de stichting
Stichting Poort6,
gevestigd te Gorinchem,
gedaagde,
gemachtigde: mr. P.J. Remmelts.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Poort6’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met bijlagen;
de aanvullende bijlagen 13 en 14 van de zijde van [eiser];
de pleitaantekeningen van de gemachtigde van Poort6.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 november 2021. De datum voor de uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.

2..De feiten

2.1
[eiser] heeft in het verleden van Poort6 een woning gehuurd.
2.2
Bij vonnis d.d. 10 september 2020, zoals gerectificeerd op 29 oktober 2020, heeft de kantonrechter te Dordrecht in de zaak met zaaknummer 7729382 CV EXPL 19-3095 het volgende beslist:
“-ontbindt de huurovereenkomst van partijen met betrekking tot het gehuurde;
-veroordeelt [eiser] om het gehuurde uiterlijk vier weken na de betekening van
dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende
personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Poort6 zijn, en
onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Poort6 te stellen;
-veroordeelt [eiser] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis
aan Poort6 te voldoen een bedrag van € 533,68, te vermeerderen met de wettelijke
rente over dit bedrag vanaf de vervaldag tot de dag van volledige betaling;
-veroordeelt [eiser] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis
aan Poort6 te voldoen een bedrag van € 3.173,76, te vermeerderen met de wettelijke
rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2019 tot de dag van volledige betaling;
-veroordeelt [eiser] om aan Poort6 te voldoen een bedrag van € 503,28 voor
iedere maand, en voor een gedeelte van een maand een evenredig gedeelte van dit
bedrag, te rekenen vanaf 1 november 2019 tot aan de ontruiming van het gehuurde,
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de termijnen tot de
dag van volledige betaling;
-veroordeelt [eiser] om aan Poort6 te voldoen een bedrag van € 233,82 inzake
buitengerechtelijke incassokosten;-veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Poort6 tot op heden
begroot op € 1.920,01;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst het meer of anders gevorderde af”.
2.3
[eiser] is tegen het vonnis in hoger beroep gegaan. Deze procedure heeft niet tot een arrest geleid, wel tot een schikking. Partijen zijn tijdens de zitting d.d. 8 juni 2021 van het gerechtshof Den Haag ter beëindiging van het geschil het volgende overeengekomen :
“Ter beëindiging van deze procedure komen partijen het volgende overeen:
1. Poort6 verklaart dat [eiser] haar niets meer is verschuldigd en dat, indien haar
wordt gevraagd een verhuurdersverklaring af te geven, zij een positieve
verhuurdersverklaring zal afgeven.
2. Partijen dragen ieder de eigen kosten.
3. Aan het vonnis waarvan beroep wordt geen verdere uitvoering gegeven.
4. Partijen verklaren dat zij na nakoming overeenkomstig het voorgaande niets meer
van elkaar te vorderen zullen hebben ter zake van de in het geding zijnde kwesties.
5. Partijen verzoeken doorhaling van de zaak per heden.
2.4
Namens Poort6 was [naam] op laatstgemelde zitting aanwezig. Bij die gelegenheid heeft zij tegen [eiser] gezegd dat hij zich bij Poort6 kon inschrijven als woningzoekende, althans woorden van dergelijke aard en strekking.
2.5
Op 30 juni 2021 heeft Poort 6 een zogenoemde verhuurdersverklaring afgegeven, die onder meer het volgende bevat:
“Verhuurder verklaart dat:
□ huurder(s) tijdig de betaalverplichtingen hebben voldaan
X huurder (s) goed woongedrag hebben vertoond
□ huurder(s) een betalingsachterstand hebben gehad
□ er een vordering aan derden uit handen is gegeven
□ huurder(s) een of meer vonnissen tot ontruiming hebben ontvangen vanwege huurachterstand
□ huurder(s) sommaties hebben ontvangen vanwege woongedrag of overlast
□ er een juridische procedure is geweest vanwege overlast
□ huurder(s) een vonnis hebben ontvangen vanwege overlast
□ huurder(s) woonfraude hebben gepleegd
ToelichtingMiddels een schikking met huurder zijn verschillende geschillen opgelost.”
2.6
Op 20 oktober 2021 heeft Poort6 het volgende aan [eiser] geschreven:
“Van de gemeente Gorinchem hebben wij de brief ontvangen met kenmerk 5789/URG/DJU waarin zij u woonurgentie toewijzen voor de regio Alblasserwaard — Vijfheerenlanden.
Besluit Poort6
Poort6 heeft besloten om, ondanks deze woonurgentie, géén woning aan u toe te gaan wijzen. De reden hiervoor is het feit dat u eerder bent ontruimd uit de woning die u huurde van Poort6 in verband met langdurige woonfraude. Hierover zijn rechtszaken gevoerd en er is een vonnis.”

3..De vordering en het verweer

3.1
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • veroordeling van Poort6 om de door de gemeente Gorinchem aan [eiser] toegekende voorrangstatus voor toewijzing van een woning te accepteren en de voorrangstatus/urgentie op naam van [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis in te voeren in het (online) systeem voor het zoeken en toewijzen van huurwoningen zodat [eiser] met voorrang kan reageren op aangeboden huurwoningen, dan wel dat Poort 6 volledige medewerking moet verlenen aan de toepassing van de voorrangstatus en toekenning van een huurwoning aan [eiser];
  • onder de bepaling dat Poort 6 voor iedere dag dat Poort6 niet voldoet aan de veroordeling, Poort6 een dwangsom verbeurt van € 500,- per dag, met ingang van 24 uur na de betekening van het vonnis;
  • veroordeling van Poort6 in de kosten van het geding.
3.2
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de Woningwet Poort6 ertoe verplicht – gelet op de maatschappelijke zorgvuldigheid die een volkshuisvester dient te betrachten – om de urgentieverklaring van [eiser] te accepteren en in te schrijven. Door de urgentieverklaring niet te accepteren en in te voeren handelt Poort6 onrechtmatig jegens [eiser].
3.3
Poort6 heeft verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna worden ingegaan, voor zover dat in deze procedure van belang is.

4..De beoordeling

4.1
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat de vordering zoveel spoed heeft dat de uitkomst van een gewone procedure niet kan worden afgewacht. Bij die beoordeling dient te worden betrokken hoe aannemelijk het is dat de vordering in een gewone procedure zal worden toegewezen. Verder moet het belang van [eiser] bij toewijzing van de vordering worden meegewogen en de gevolgen van toewijzing van de vordering voor Poort6 als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
4.2
Het spoedeisend belang van [eiser] bij zijn vorderingen is naar het oordeel van de kantonrechter gegeven, gelet op de aard van de vordering en voorts vanwege het feit dat de door [eiser] verkregen urgentieverklaring een beperkte geldigheidsduur heeft.
4.3
De kantonrechter stelt het volgende voorop. Bij het al dan niet aangaan van een huurrelatie geldt als uitgangspunt het beginsel van contractsvrijheid, zoals Poort6 terecht aanvoert. Het staat Poort6 - binnen de grenzen van wat de Woningwet daarover bepaalt - vrij om al dan niet een huurovereenkomst met [eiser] aan te gaan. Dit geldt derhalve ook voor het al dan niet invoeren van de urgentieverklaring, met als gevolg dat [eiser] met zijn actieve urgentiestatus toegang heeft tot het regionale zoeksysteem voor huurwoningen.
4.4
Poort6 heeft wel een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van personen die behoren tot de doelgroep uit artikel 46 van Pro de Woningwet (zij die door omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting). Dat geldt ook ten aanzien van [eiser], nu hij een urgentieverklaring op grond van een medische indicatie heeft. Het blokkeren door Poort6 van de mogelijkheden van [eiser] tot het met urgentie verkrijgen van een huurwoning uit het bestand van Poort6 kan dan onder omstandigheden onrechtmatig zijn. Of sprake is van een dergelijk bijzonder geval hangt af van de redenen die Poort6 aan haar handelwijze ten grondslag legt, bezien in verband met het woonbelang van de woningzoekende (zie gerechtshof Den Haag, 24 mei 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6606). Dat betekent dat in dit kort geding tevens de belangen van [eiser] moeten worden afgewogen tegen de belangen van Poort6.
4.5
[eiser] heeft een urgentieverklaring gekregen op medische gronden. Deze urgentieverklaring wordt ingetrokken indien [eiser] niet binnen vier maanden aantoonbaar heeft gezocht naar een geschikte woning. De beoordeling van de medische indicatie is niet aan de kantonrechter. Poort6 heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot twijfel leiden over de werkelijke medische grondslag zoals die is beoordeeld door gemeente Gorinchem.
4.6
Poort6 voert aan dat het onwenselijk en ongebruikelijk is om een huurder die vanwege woonfraude uit zijn woning is ontruimd, direct een nieuwe huurwoning te laten bemachtigen bij dezelfde woningcorporatie. Poort6 stelt zich op het standpunt dat het algemeen bekend is dat na woonfraude een wachtperiode van drie tot vijf jaar geldt alvorens weer een nieuwe huurrelatie met de huurder wordt aangegaan. Poort6 voert daarnaast aan dat het een onjuist signaal richting andere huurders zou geven indien een huurder na een geval van woonfraude direct voor een andere woning in aanmerking zou komen.
4.7
Van een feit van algemene bekendheid is in ieder geval geen sprake. [eiser] voert voorts terecht aan dat over deze wachtperiode niets is afgesproken in de vaststellingsovereenkomst die partijen hebben gesloten bij het Hof Den Haag. Daar komt bij dat [naam] bij gelegenheid van de zitting van het gerechtshof tegen [eiser] heeft gezegd dat hij zich bij Poort6 kon inschrijven als woningzoekende, alsmede dat Poort6 de hierboven onder 2.5 vermelde – positieve – verhuurdersverklaring heeft verstrekt.
4.8
Gelet op het ziektebeeld van [eiser] en daarnaast de gebondenheid van [eiser] aan onder meer zijn dagbesteding bij Yulius, heeft hij groot belang bij het verkrijgen van een woning in Gorinchem. Dit belang weegt zwaarder dan hetgeen Poort6 heeft aangevoerd aangaande haar belang.
4.9
Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met de geldigheidsduur van de urgentieverklaring waardoor een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, handelt Poort6 onrechtmatig jegens [eiser] door de urgentieverklaring niet in te voeren. De vordering wordt om die reden toegewezen. De gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen zoals hierna vermeld.
4.1
Poort6 zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt Poort6 de voorrangstatus/urgentie op naam van [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis in te voeren in het (online) systeem voor het zoeken en toewijzen van huurwoningen, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 5.000,- per dag dat Poort6 hiermee in gebreke blijft, ingaande 24 uur na betekening van het vonnis;
veroordeelt Poort6 in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 85,- aan griffierecht, € 124,97 aan dagvaardingskosten en € 415,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645/24134