ECLI:NL:RBROT:2021:12116
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing schriftelijkheidsvereiste bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Opposante maakte telefonisch bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank, terwijl de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist dat bezwaar schriftelijk wordt ingediend. De rechtbank had eerder het beroep van opposante ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet schriftelijk was ingediend. Opposante stelde in verzet dat telefonisch contact duidelijk maakte dat zij het niet eens was met het besluit en dat verweerder haar de gelegenheid had moeten geven het gebrek te herstellen.
De rechtbank oordeelde dat op grond van vaste rechtspraak en artikel 6:4 Awb Pro bezwaar schriftelijk moet worden ingediend en dat telefonisch contact bedoeld is om samen tot een oplossing te komen, niet als vervanging van het bezwaar. Het telefoonrapport toonde bovendien niet aan dat opposante expliciet bezwaar maakte. Daarom is het verzet ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook een proceskostenveroordeling af en benadrukte dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is. De uitspraak werd gedaan door rechter F.P.J. Schoonen op 13 december 2021.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat telefonisch bezwaar niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste.