ECLI:NL:RBROT:2021:12140
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering
Eiser vroeg een bijstandsuitkering aan en verweerder paste de kostendelersnorm toe op basis van de veronderstelling dat eiser een woning deelde met een vriend, [naam 2]. Verweerder ging ervan uit dat deze vriend tijdelijk elders verbleef maar zijn woonstede niet had prijsgegeven.
Eiser voerde aan dat de vriend zijn hoofdverblijf bij zijn vriendin in Rotterdam had en niet in de woning van eiser verbleef. De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder een huisbezoek en verklaringen van partijen.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de vriend zijn hoofdverblijf in de woning had tijdens de relevante periode. De motivering van verweerder voor toepassing van de kostendelersnorm was daarom onvoldoende en in strijd met de Awb.
Verweerder krijgt de gelegenheid binnen vier weken het gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder krijgt vier weken de tijd om het gebrek in de motivering van de kostendelersnorm te herstellen; verdere beslissingen worden aangehouden.