Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Het geschil
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een bedrag wegens geleverde gas- en elektriciteit, gebaseerd op een overeenkomst die zij stelt te zijn aangegaan met gedaagde. Gedaagde betwist het bestaan van deze overeenkomst en voert aan dat hij geen telefoongesprek heeft gevoerd, geen offerte heeft ondertekend en geen levering heeft ontvangen.
De kantonrechter beoordeelt of de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, waarbij de digitale totstandkoming en de identificatie van partijen centraal staan. Eiseres heeft een overeenkomst overgelegd die elektronisch is aanvaard via een IP-adres en met persoonsgegevens van gedaagde, maar gedaagde betwist dat deze gegevens van hem zijn en wijst op discrepanties in het e-mailadres.
Gezien de gemotiveerde betwisting en het ontbreken van een fysieke of digitale handtekening, acht de kantonrechter het bewijs onvoldoende om vast te stellen dat de overeenkomst daadwerkelijk is gesloten. Eiseres mocht niet tot bewijslevering worden toegelaten vanwege het ontbreken van een concreet bewijsaanbod. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling wegens levering van gas en elektriciteit wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van de overeenkomst.