Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 30 september 2021, met 12 producties;
- de mondelinge behandeling op 29 oktober 2021;
- de pleitnota van de vrouw, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2012 gehuwd in gemeenschap van goederen en gezamenlijk eigenaar van de woning. Na hun echtscheiding in 2018 is bepaald dat bij onenigheid over de woning deze verkocht moet worden. De vrouw is bij vonnis van 24 september 2020 veroordeeld tot medewerking aan verkoop en overdracht, met dwangsom bij niet-naleving.
De man vordert nu in kort geding vervangende toestemming voor verkoop en levering van de woning zonder medewerking van de vrouw, omdat zij niet in staat is gebleken het aandeel van de man over te nemen. De vrouw voert aan dat een schuld op beider naam de financiering bemoeilijkt, maar dit verweer wordt niet gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op korte termijn financieel kan overnemen, terwijl zij daartoe gelegenheid heeft gehad. Daarom wordt de man gemachtigd de woning te gelde te maken, onder voorwaarde dat de koopsom boven de taxatiewaarde van €185.000 ligt. Indien de vrouw niet meewerkt, treedt het vonnis in de plaats van haar wilsverklaring en handtekening. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt gemachtigd tot verkoop van de woning zonder medewerking van de vrouw, onder voorwaarde dat de koopsom boven de taxatiewaarde ligt.