Eiser vroeg op 13 november 2019 een voorrangsverklaring aan vanwege medische problemen die het verkrijgen van passende woonruimte bemoeilijken. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Huisvestigingsverordening gemeente Papendrecht 2019, omdat eiser geacht werd het huisvestingsprobleem zelf op te lossen en zonder voorrang binnen redelijke termijn geschikte woonruimte te kunnen vinden.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, waarop verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde maar de motivering verbeterde. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte alleen de technische problemen met de lift als reden noemde, terwijl ook de afstand tot de lift en het gebruik van trappen problematisch zijn. De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte omdat deze aspecten niet waren meegenomen.
Hoewel verweerder in het verweerschrift deze punten alsnog motiveerde en de medische gegevens onvoldoende onderbouwden dat eiser niet in staat is de trap te gebruiken, was het besluit formeel onjuist. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de weigeringsgrond terecht werd toegepast. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.