Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde], met producties;
- het vonnis van 18 oktober 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
Woonbron verhuurt een woning aan [gedaagde], die een huurachterstand van €2.495,10 tot en met augustus 2021 heeft opgebouwd. Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente, alsmede een schadevergoeding voor iedere maand dat de huurder na 1 september 2021 de woning blijft bewonen.
[gedaagde] verzet zich tegen de ontbinding en vraagt subsidiair om een termijn om de achterstand in te lopen, verwijzend naar haar verlies van werk en afwijzing van WW-uitkering, met mogelijke ernstige gevolgen zoals inschrijving op een zwarte lijst en verlies van sociale huurwoning.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand en de omstandigheden niet zwaarwegend genoeg zijn om ontbinding te voorkomen. De vorderingen tot betaling, ontbinding en ontruiming worden toegewezen, met een ontruimingstermijn van 14 dagen. Woonbron zal de ontruiming niet uitvoeren zolang de lopende huur wordt voldaan en er een regeling met de kredietbank wordt getroffen.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het méér of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur met rente.