De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door haar psychische stoornis, waaronder suïcidale neigingen, agressief gedrag en maatschappelijke teloorgang. Na eerdere opnames en intensieve behandeling woont zij sinds oktober 2021 bij haar ouders met ambulante nazorg.
De officier verzocht om verlenging van de zorgmachtiging voor twaalf maanden en stelde verschillende vormen van verplichte zorg voor, gebaseerd op medische verklaringen, een zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur. De rechtbank oordeelde dat het toedienen van medicatie, medische controles en opname in een accommodatie noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden. Daarnaast werd toegewezen dat betrokkene beperkingen in haar vrijheid moet accepteren, waaronder huisbezoeken en afspraken met het FACT-team.
Echter, de rechtbank wees het verzoek af om bewegingsvrijheid te beperken, insluiting en toezicht, omdat deze vormen van vrijheidsbeneming niet door een onafhankelijke psychiater waren geadviseerd, wat vereist is volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De officier had de gelegenheid gekregen een aanvullende medische verklaring te overleggen, maar maakte hier geen gebruik van.
De toegewezen verplichte zorg is proportioneel, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging geldt voor de duur van twaalf maanden vanaf de datum van beschikking, 10 december 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.