ECLI:NL:RBROT:2021:12260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Korting pensioen op WW-uitkering bevestigd door rechtbank Rotterdam
Eiseres ontving sinds 3 februari 2020 een WW-uitkering nadat haar dienstverband was beëindigd. Verweerder besloot het ouderdomspensioen dat eiseres ontvangt in mindering te brengen op haar WW-uitkering. Eiseres stelde dat deze korting onterecht is, omdat haar pensioen niet gerelateerd is aan het dienstverband waaruit zij werkloos werd en verwees naar uitzonderingen en een brief van de minister die een inkomensgarantie van 70% van het laatstverdiende loon zou waarborgen.
De rechtbank oordeelde dat het pensioen van eiseres onder de hoofdregel valt dat pensioenen voortvloeiend uit een dienstbetrekking als inkomen in verband met arbeid worden gezien en dus worden gekort op de WW-uitkering. De uitzonderingen waarop eiseres zich beroept, zijn restrictief en zij voldoet hier niet aan. De brief van de minister leidt niet tot afwijking van deze hoofdregel.
Eiseres vroeg ook om toepassing van een hardheidsclausule vanwege onrechtvaardigheid, maar de rechtbank stelde dat de wet geen ruimte biedt voor afwijking bij kennelijk onredelijke resultaten. De rechtbank bevestigde dat het aan de wetgever is om eventuele negatieve gevolgen te corrigeren.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting van het pensioen op de WW-uitkering is ongegrond verklaard.