ECLI:NL:RBROT:2021:12293
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijds hoger beroep in bewijsopdracht erfgenamen
In deze civiele procedure over een erfrechtelijk geschil heeft gedaagde 1 verzocht om toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen een vonnis van 20 oktober 2021, waarin de rechtbank een bewijsopdracht aan hem oplegde. De rechtbank heeft deze bewijsopdracht gehandhaafd en het verzoek tot hoger beroep beoordeeld.
Gedaagde 1 stelde dat de verstrekte bedragen door de erflater als onderhoudsverplichtingen moesten worden gekwalificeerd en betwistte de omkering van de bewijslast. Eiser maakte bezwaar tegen het tussentijds hoger beroep vanwege de ernstige vertraging die dit zou veroorzaken, mede gezien de trage behandeling van appèlzaken bij het hof.
De rechtbank overwoog dat tussentijds hoger beroep slechts bij uitzondering wordt toegestaan om de doelmatigheid van het proces te waarborgen. Het belang van eiser en mede-erfgenamen bij een snelle uitspraak woog zwaarder dan het belang van gedaagde 1 bij tussentijdse aanvechting van de bewijsopdracht. Daarom werd het verzoek afgewezen. Het staat gedaagde 1 vrij om tegen het eindvonnis hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: Verzoek om tussentijds hoger beroep tegen bewijsopdracht in erfrechtprocedure is afgewezen vanwege ernstige vertraging en belang snelle uitspraak.