De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 11 oktober 2021 de rechtbank om de ondertoezichtstelling van een kind op te heffen. De ondertoezichtstelling was verlengd tot 26 maart 2022 vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 november 2021, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren, werd het verzoek gehandhaafd en toegelicht.
De GI stelde dat de hulpverlening positief was afgerond en dat de communicatie tussen de ouders stabiel verliep, waardoor de grond voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zou zijn. De moeder uitte echter ernstige zorgen over de hechting tussen het kind en de vader, waarbij het kind al langere tijd geen contact met de vader wilde en overstuur was bij omgangscontact.
De kinderrechter oordeelde dat ondanks de zakelijke communicatie tussen ouders en het traject bij Mentaal Beter, het kind nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het contact met de vader is niet onbelast en de ouders slagen er niet in de patronen zelfstandig te doorbreken. De betrokkenheid van de GI blijft daarom noodzakelijk en het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling werd afgewezen.