De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 18 november 2021 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind, die oorspronkelijk liep tot 8 december 2021. De gecertificeerde instelling (GI) had aanvankelijk een verlenging van drie maanden gevraagd, later gewijzigd naar twaalf maanden.
Uit de procedure bleek dat het kind nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Hoewel er aanvankelijk positieve ontwikkelingen waren en de moeder een goede band had met een hulpverlener, verslechterde haar houding ten opzichte van de hulpverlening recentelijk. De moeder vond hulpverlening niet nodig en accepteerde deze alleen onder dwang. De GI achtte de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk om zicht te houden op de situatie en passende hulpverlening te waarborgen.
De kinderrechter besloot de ondertoezichtstelling te verlengen, maar voor een kortere periode dan gevraagd, namelijk zes maanden. Dit biedt ruimte om de samenwerking tussen moeder en GI te herstellen en de hulpverlening op te starten. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 1 mei 2022, waarbij de GI een rapportage moet overleggen over de stand van zaken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.