Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak voor het belastingjaar 2018, vastgesteld op €149.000,-. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verwees de zaak terug naar verweerder met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
Ondanks deze opdracht heeft verweerder niet tijdig een uitspraak op bezwaar gedaan. Eiser stelde verweerder vervolgens in gebreke en diende een beroep in wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat verweerder in gebreke is gebleven en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- en bepaalt dat verweerder binnen twee weken alsnog een uitspraak op bezwaar moet doen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser.