Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 25 mei 2021, met producties;
- de rolbeslissing van 24 juni 2021;
- het herstelexploot van dagvaarding van 2 juli 2021, met producties;
- het bericht van 23 juli 2021 aan de zijde van Staete Invest;
- de schriftelijke reactie van 26 juli 2021 aan de zijde van Staete Invest, met producties;
- het onder zaaknummer 9319125 CV EXPL 21-2904 gewezen verstekvonnis van 29 juli 2021;
- de schriftelijke reactie van 26 augustus 2021 aan de zijde van Staete Invest, met producties;
- het onder zaaknummer 9260592 CV EXPL 21-19493 gewezen hedenvonnis 20 september 2021;
- de akte van 23 september 2021 aan de zijde van Stedin, met producties.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- te bepalen dat Stedin op grond van artikel 558 sub b Rv Pro gerechtigd is werkzaamheden op of aan een onroerende zaak te verrichten, namelijk werkzaamheden om tot afsluiting van de elektriciteitsaansluiting in het aansluitadres te komen;
- Staete Invest op grond van artikel 558 sub b Rv Pro te veroordelen om te gedogen dat Stedin genoemde werkzaamheden verricht aan de elektriciteitsaansluiting in het aansluitadres;
- te bepalen dat Stedin op grond van artikel 558 sub b Rv Pro gerechtigd is tot tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming van het aansluitadres;
- Staete Invest te veroordelen om de kosten ten behoeve van het deactiveren van de aansluiting en/of de meetinrichtingen, begroot op een bedrag van € 131,72 exclusief btw, aan Stedin te voldoen;
- Staete Invest te veroordelen om ten titel van schadevergoeding een bedrag van € 75,00 aan Stedin te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
- Staete Invest te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, waarbij de nakosten worden beperkt tot een maximum van € 100,00.