ECLI:NL:RBROT:2021:12437

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
9221732 VZ VERZ 21-8541
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 RvArt. 78 RvArt. 261 lid 2 RvAfdeling 9, titel 10 Boek 7 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot betaling achterstallig loon afgewezen wegens onjuiste procesinleiding

Op 17 mei 2021 diende verzoeker een verzoekschrift in bij de rechtbank Rotterdam met een vordering tot betaling van achterstallig loon, wettelijke rente en incassokosten tegen verweerder. De kantonrechter bepaalde een mondelinge behandeling op 29 oktober 2021, waarbij alleen verzoeker verscheen. Verweerder reageerde niet en was niet aanwezig.

De kantonrechter stelde vast dat het verzoek een loonvordering betrof die volgens artikel 78 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij dagvaarding moet worden ingeleid, terwijl verzoeker een verzoekschrift had gebruikt. Dit betekent dat de procedure op het verkeerde spoor zat.

Op grond van artikel 69 Rv Pro beveelt de kantonrechter dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels. Verzoeker wordt gewezen op de niet-ontvankelijkheid van het verzoek indien het exploot van oproeping niet tijdig wordt ingediend. De zaak is verwezen naar de rolzitting op 25 november 2021 om verzoeker de gelegenheid te geven zijn processtukken aan te passen.

De beschikking is uitgesproken op een openbare terechtzitting en houdt iedere verdere beslissing aan.

Uitkomst: Verzoek tot betaling achterstallig loon wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste procesinleiding; procedure wordt voortgezet via dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9221732 VZ VERZ 21-8541
uitspraak: 5 november 2021
beschikking ex artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende in Rotterdam,
in de zaak van
[verzoeker],
wonende in [woonplaats verzoeker],
verzoeker,
procederend in persoon,
tegen
[verweerder],
gevestigd in [vestigingsplaats verweerder],
verweerder,
die niet heeft gereageerd.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘[verzoeker]’ en ‘[verweerder]’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Op 17 mei 2021 is op de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift, met producties, van [verzoeker] ontvangen.
1.2
De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling van het verzoek bepaald op 29 oktober 2021. Partijen zijn voor die zitting per gewone brief door de griffier opgeroepen. Na uitroeping van de zaak bleek dat op die mondelinge behandeling enkel [verzoeker], vergezeld van zijn vader [naam], verscheen. Van [verweerder] is geen reactie ontvangen, noch is iemand namens haar op de mondelinge behandeling verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft de datum van deze beschikking bepaald op vandaag.

2..Het verzoek

2.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter [verweerder] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.910,85 aan achterstallig loon, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 maart 2021, alsmede tot betaling van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 879,00, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

3..De beoordeling

3.1
Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) verplicht is om, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet zij de wissel omzetten en er zorg voor dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor. Op grond van artikel 261 lid 2 Rv Pro worden de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit met een verzoekschrift ingeleid. Alle overige zaken worden bij dagvaarding ingeleid (artikel 78 Rv Pro).
3.2
Hetgeen [verzoeker] heeft verzocht, betreft geen vordering van het bepaalde in Afdeling 9, titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De verzoeken van [verzoeker] betreffen immers - kort gezegd - een loonvordering. Ingevolge het bepaalde in artikel 78 Rv Pro dienen deze bij exploot van dagvaarding te worden ingesteld.
3.3
[verzoeker] heeft dan ook een verkeerd inleidend processtuk gebruikt. De kantonrechter zal hierna, gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv Pro, dan ook bevelen dat de onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals hierna vermeld.
3.4
[verzoeker] wordt erop gewezen dat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard, wanneer het uit te brengen exploot van oproeping niet uiterlijk op de dag vóór de hieronder vermelde rolzitting op de griffie is ingediend.

4..De beslissing

De kantonrechter:
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 25 november 2021 om 14:30 uurteneinde [verzoeker] de gelegenheid te bieden om zijn stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;
beveelt dat [verzoeker] [verweerder] tegen de hiervoor genoemde dag en tijd, met inachtneming van de wettelijke termijnen, bij exploot zal oproepen, onder betekening van deze beschikking en het verzoekschrift van 17 mei 2021;
bepaalt dat het door [verzoeker] te nemen processtuk uiterlijk de dag voor de hiervoor genoemde rolzitting
om 12:00 uur(in tweevoud) op de griffie moet zijn ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk en uitgesproken op een openbare terechtzitting.
44485