ECLI:NL:RBROT:2021:12439
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde appartement te Spijkenisse op €237.000,- na beroep
Verweerder had de WOZ-waarde van een appartement in Spijkenisse vastgesteld op €246.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat de waarde €227.000,- bedraagt, onder meer omdat verweerder een onjuiste gebruiksoppervlakte hanteerde en onvoldoende rekening hield met VvE-reserves en verschillen tussen vergelijkingsobjecten.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport en transactiecijfers van drie vergelijkbare appartementen, maar kon niet aannemelijk maken dat de gebruikte oppervlakte van 92 m² correct was, terwijl de BAG 79 m² vermeldde. Verweerder overhandigde geen berekening of bouwtekening ter onderbouwing en verwees slechts naar een plattegrond waarvan onduidelijk was of deze het betreffende appartement betrof.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiser maakte zijn lagere waarde ook niet aannemelijk, omdat hij alleen verwees naar een verkoopprijs van een appartement dat niet op de vrije markt was verkocht. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €237.000,-, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het appartement wordt vastgesteld op €237.000,- en het beroep wordt gegrond verklaard.