ECLI:NL:RBROT:2021:12479
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens kwijtschelding belastingschulden
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen beslissingen omtrent terugvordering van zorg- en huurtoeslag over 2019, maar dit beroep op 7 oktober 2020 ingetrokken nadat de Belastingdienst had bevestigd dat de openstaande belastingschulden waren kwijtgescholden vanwege haar status als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire.
De rechtbank stelde vast dat de kwijtschelding ook betrekking had op de terugvordering van de huur- en zorgtoeslag over 2019, waardoor verdere beoordeling van het beroep niet nodig was. Verzoekster verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten die zij redelijkerwijs had moeten maken.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld konden worden op € 1.816,- en dat de Belastingdienst ook het betaalde griffierecht van € 49,- aan verzoekster moest vergoeden.
De rechtbank veroordeelde daarom de Belastingdienst in de proceskostenvergoeding, waarbij de intrekking van het beroep en de kwijtschelding van de belastingschulden de aanleiding vormden voor deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten van € 1.816,- na intrekking van het beroep wegens kwijtschelding van belastingschulden.