AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met complexe problematiek
De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 november 2021 een zaak betreffende de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met complexe gedragsproblematiek. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de ondertoezichtstelling reeds was geëindigd op 17 oktober 2021.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht eveneens om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar. De rechtbank achtte het belang van het kind zwaarwegend vanwege zijn ernstige gedragsproblemen, waaronder agressief gedrag en weinig inzicht in oorzaak-gevolgrelaties. Het kind verbleef eerder ruim twee jaar in een gesloten instelling en is recent geplaatst op een open groep in Hoenderloo, waar hij moeite heeft met wennen.
De rechtbank oordeelde dat aan het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro is voldaan en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind. Daarom werd de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en mondeling uitgesproken door kinderrechter A.J. van Dijk.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar toegekend; verzoek GI afgewezen.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/626361 / JE RK 21-2611 en C/10/627793 / JE RK 21-2857
datum uitspraak: 5 november 2021
beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
en
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind],
geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 oktober 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum,
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 28 oktober 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 5 november 2021 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam 2].
Opgeroepen en niet verschenen zijn [naam kind] en de moeder, met bericht van afwezigheid.
De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] verblijft op een open groep bij de Hoenderloo.
Bij beschikking van 6 oktober 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
17 oktober 2021.
Bij beschikking van 6 april 2021 is de machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 17 april 2021 tot 17 oktober 2021.
De verzoeken
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen met een jaar.
Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar.
De standpunten
De Raad heeft aangegeven dat het een herstelrekest betreft en laat de GI het verzoek verder toelichten.
De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat [naam kind] sinds kort op een open groep in Hoenderloo verblijft. Hij heeft veel moeite met het wennen daar. [naam kind] heeft complexe problematiek. Hij is bij veel open instellingen afgewezen. De GI hoopt dat [naam kind] zijn plek gaat vinden binnen zijn nieuwe groep.
De beoordeling
De kinderrechter overweegt omtrent het verzoek van de GI als volgt. Het verzoekschrift van de GI van 1 oktober 2021 is niet conform de richtlijnen van het procesreglement Civiel Jeugdrecht (artikel 2.4.10) ingediend. De ondertoezichtstelling van [naam kind] is reeds op 17 oktober 2021 geëindigd en kan daarom niet worden verlengd. Nu de ondertoezichtstelling is geëindigd kan de GI ook geen verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing doen. De kinderrechter wijst het verzoek van de GI daarom af.
Wat betreft het verzoek van de Raad overweegt de kinderrechter als volgt.
Op dit moment wordt [naam kind] nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [naam kind] heeft vanwege forse gedragsproblematiek ruim twee jaar binnen een gesloten instelling in Harreveld verbleven. Hij vertoont zelfbepalend en agressief gedrag. Ook heeft hij weinig inzicht in oorzaak-gevolg en heeft hij weinig probleembesef. [naam kind] is gebaat bij zeer duidelijke kaders. Met behulp van het Centrum voor Consultatie en Expertise is een behandeling- en benaderingswijze opgesteld, waarmee goed kan worden aangesloten bij [naam kind]. Hierdoor is [naam kind] rustiger geworden en heeft hij zich begeleidbaar opgesteld. De afgelopen periode heeft [naam kind] dan ook een positieve ontwikkeling laten zien. Er is gezocht naar een open groep waar ze [naam kind] op dezelfde wijze kunnen benaderen en waar voldoende individuele aandacht voor hem is. [naam kind] verblijft sinds kort op de open groep Scaly in Hoenderloo. [naam kind] is blij met de nieuwe groep, maar heeft moeite met wennen. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is nog langer nodig om de ontwikkeling van [naam kind] te volgen en benodigde hulpverlening in te zetten. Daarnaast acht de kinderrechter het in het belang van [naam kind] dat hij voor langere tijd op zijn huidige open groep blijft.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). De kinderrechter zal [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Ook zal de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van een jaar.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 5 november 2021 tot 5 november 2022;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 5 november 2021 tot 5 november 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het verzoek van de GI af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 november 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.