Art. 1:255 BWArtikel 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ter bevordering stabiliteit en ontwikkeling
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind geboren in 2011. De kinderrechter behandelde het verzoek op 22 november 2021 en hoorde de moeder en vertegenwoordigers van de GI. De vader was opgeroepen maar verscheen niet.
De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 5 december 2021. De GI gaf aan dat de hulpverlening moeizaam verliep en dat sinds juni 2021 AMZO betrokken is voor brede hulpverlening gericht op stabilisatie van het gezin, het hervatten van schoolgang en het verbeteren van de thuissituatie. Zowel moeder als vader stemden in met verlenging, hoewel zij verschillen in hun visie op de thuissituatie en omgang.
De rechter oordeelde dat het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro is vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling tot 5 oktober 2022. De regie vanuit de jeugdbescherming blijft noodzakelijk om de ontwikkeling en stabiliteit van het kind te waarborgen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het minderjarige kind wordt verlengd tot 5 oktober 2022.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/623968 / JE RK 21-2230
datum uitspraak: 22 november 2021
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2011 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt het verzoek met bijlagen van de GI van 13 augustus 2021, ingekomen bij de griffie op 16 augustus 2021.
Op 22 november 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. F. Çelen,
- de advocaat van de vader, mr. P.C. Smit,
- twee vertegenwoordigsters van de GI, [naam 1] en [naam 2].
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van
[naam 3], tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 vanPro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 27 september 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
5 december 2021. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
Het aangehouden verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één jaar. Een periode van tien maanden resteert.
De GI heeft het aangehouden verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De zorgen zijn nog steeds aanwezig. Het is niet gelukt om direct de juiste hulpverlening in te zetten. Hulpverlening vanuit Yulius bleek niet passend. Sinds juni 2021 is hulpverlening vanuit AMZO betrokken bij [naam kind]. AMZO biedt op een breed vlak passende hulpverlening. De bedoeling is dat als eerste het hele gezinssysteem wordt gestabiliseerd en dat de schoolgang van [naam kind] weer op gang komt met als doel dat zij terug kan naar haar eigen school. Vervolgens zal individuele behandeling plaatsvinden, waardoor ook het draagvlak wordt vergroot om in de thuissituatie bij de moeder aan de slag te gaan. Uiteindelijk zal ook het contact met de vader worden meegenomen. De hulpverlening van AMZO zal ten minste een jaar lang betrokken blijven.
De standpunten
Namens de vader is ingestemd met het verzoek. De zorgen zijn de afgelopen tijd enkel toegenomen. De zorgen zijn niet enkel meer gelegen in het ontbreken van contact tussen [naam kind] en de vader en de wijze waarop [naam kind] daarin door de moeder wordt beïnvloed. De vader maakt zich ook grote zorgen over de thuissituatie bij de moeder. AMZO is al bijna een half jaar betrokken, maar heeft nog niet het gewenste effect. Wellicht dat een machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van [naam kind] is.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzoek. De moeder herkent zich niet in de zorgen van de vader. De moeder werkt goed mee met de hulpverlening en geeft het aan wanneer [naam kind] meer ondersteuning nodig heeft. Het belang van [naam kind] staat bij de moeder voorop. De moeder merkt dat het beter gaat met [naam kind] nu er geen omgang is met de vader. Het geeft haar rust en zorgt voor minder druk. De hulpverlening van AMZO slaat goed aan. [naam kind] zit al na een paar gesprekken lekkerder in haar vel. De moeder heeft een prettig contact met de huidige jeugdbeschermer. Ook [naam kind] reageert goed op haar.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat beide ouders, ieder om hun eigen redenen, instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Het afgelopen jaar is de inzet van hulpverlening moeizaam verlopen, waardoor pas in juni feitelijk kon worden gestart met het bieden van hulpverlening. De hulpverlening vanuit AMZO is breed opgezet en pakt verschillende zorgpunten binnen het gezin aan. AMZO houdt daarbij een volgorde aan die aansluit bij de belangen en behoeftes van [naam kind]. De komende maanden zal de hulpverlening worden voortgezet zodat [naam kind] weer toekomt aan haar ontwikkelingstaken door naar school te gaan en stabiliteit en structuur te ervaren in de thuissituatie, en uiteindelijk ook onbelast contact met beide ouders kan worden gerealiseerd. De regie vanuit de jeugdbescherming is hierbij nog hoogst noodzakelijk.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de resterende duur van tien maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 5 oktober 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.