Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte vanwege een huurachterstand en onrechtmatige onderhuur. Gedaagde huurt een bedrijfsruimte en is in gebreke gebleven met de betaling van de huur, die op het moment van de mondelinge behandeling een achterstand van ruim vier maanden bedroeg.
Eiser stelt dat de huurachterstand en het feit dat gedaagde de ruimte onrechtmatig onderverhuurt, rechtvaardigen dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Gedaagde voert aan dat de coronamaatregelen en de invoering van een QR-code-toegangscontrole hem belemmeren in het betalen van de huur en dat hij om huurkorting heeft verzocht, wat door eiser is afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij om huurkorting heeft verzocht. Ook is vastgesteld dat gedaagde onrechtmatig onderverhuurt door een restaurant uit te baten in de ruimte. De vordering wordt toegewezen, waarbij gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur inclusief wettelijke rente, voortzetting van huurbetaling tot ontruiming en ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente en proceskosten.