Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..De beoordeling
wilwerken wegens een verstoring van de arbeidsverhouding.
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter behandelde een kort geding waarin eiser vorderde dat A&D Techniek B.V. werd veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris vanaf 14 augustus 2021 tot 9 oktober 2021 en het salaris vanaf 9 oktober 2021 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Tevens vorderde eiser loonstroken, wettelijke verhoging, wettelijke rente, toelating tot werk, incassokosten en proceskosten.
Feitelijk was eiser sinds 22 april 2019 in dienst bij A&D Techniek en was de arbeidsovereenkomst omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Er was onenigheid over betalingen die eiser tijdens afwezigheid van de feitelijke bestuurder had verricht, maar de kantonrechter oordeelde dat in kort geding geen verrekening mocht plaatsvinden. De werkgever erkende het achterstallig loon vanaf augustus 2021 niet te hebben betaald.
De kantonrechter wees de vordering tot betaling van het achterstallig salaris toe, met een gecorrigeerd bedrag van €3.063,76 bruto voor de periode 14 augustus tot 9 oktober 2021, en het salaris vanaf 9 oktober 2021. De gevorderde wettelijke verhoging werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over verrekening. De vordering tot loonstroken en toelating tot werk werd eveneens afgewezen. De wettelijke rente over het achterstallig loon en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. De proceskosten werden aan A&D Techniek opgelegd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, loon vanaf oktober 2021, wettelijke rente en incassokosten; overige vorderingen worden afgewezen.