Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1] ,
1..[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
1..De procedure
- de dagvaarding van 21 december 2021, met producties 1 tot en met 56,
- de beslagstukken,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 19,
- de brieven van de rechtbank van 23 april 2021, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling,
- de mondelinge behandeling van 6 oktober 2021,
- de spreekaantekeningen van [naam eiser 1] .
2..De feiten
founding partnervan [naam bedrijf 1] , een internationaal concern dat zich onder meer toelegt op het begeleiden van vastgoedtransacties en het bieden van asset- en propertymanagementdiensten. [naam bedrijf 1] heeft vestigingen in – onder andere – Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje en Zuid-Korea.
- 35% (aandelen A) door Da Viken Holdings Limited , een door [naam gedaagde 2] bij meerderheidsbelang gecontroleerde vennootschap,
- 15% (aandelen A) door Haparomalo Holding Limited , een door [naam gedaagde 2] bij meerderheidsbelang gecontroleerde vennootschap,
- 25% (aandelen B) door [naam eiser 2] ,
- 25% (aandelen B) door [naam bedrijf 6] , een door [naam gedaagde 1] gecontroleerde vennootschap.
3..De gronden van de beslissing
5..BEVINDINGEN
3..Het geschil
closingvan de transactie met betrekking tot De Rotterdam [naam eiser 1] buitenspel hebben gezet en de samenwerking met hem feitelijk hebben beëindigd zonder dat partijen tot een ordentelijke (financiële) afwikkeling van die samenwerking zijn gekomen. Om te voorkomen dat [eisers] enige aanspraak jegens [naam bedrijf 5] te gelde konden maken, hebben [gedaagden] ervoor gezorgd dat [naam bedrijf 5] geen vermogensbestanddelen meer heeft. [gedaagden] hebben de aan [naam bedrijf 5] toekomende acquisitie fee met betrekking tot De Rotterdam en de (nieuwe) activiteiten van [naam bedrijf 5] omgeleid naar [naam bedrijf 9] . Als gevolg hiervan hebben [eisers] schade geleden. De door [eisers] ten behoeve van [naam bedrijf 5] gemaakte kosten zijn niet vergoed, [eisers] hebben geen enkele vergoeding ontvangen die hen volgens het Business Plan zou toekomen, de aandelen van [naam eiser 2] in [naam bedrijf 5] zijn inmiddels waardeloos en de door [naam eiser 2] gemaakte advocaatkosten in het kader van de procedure bij de Ondernemingskamer zijn niet volledig vergoed.
4..De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
“out of any income generated”. Ter zitting hebben [gedaagden] ook erkend dat [eisers] in ieder geval voor wat betreft de directe kosten gecompenseerd moet worden. Naar [eisers] stellen en [gedaagden] onvoldoende gemotiveerd betwisten, bedragen deze kosten overeenkomstig het Business plan en appendix 6 daarbij over de periode 2014 tot en met 2016 afgerond een bedrag van € 100.000,00.
4.982,00(2,0 punten × tarief € 2.491,00)