Op 25 april 2016 is het bewind ingesteld over het vermogen van betrokkene, waarbij [naam 1] werd benoemd tot bewindvoerster. Bij beschikking van 17 december 2020 is zij ontslagen wegens onvoldoende uitleg over de daling van het vermogen en onvoldoende terugbetaling van geleende gelden. De nieuwe bewindvoerster, [naam bedrijf], heeft de inkomsten en uitgaven over 2018-2020 onderzocht en concludeerde dat er onverklaarbare uitgaven waren die leidden tot een schade van €36.175,83.
De voormalige bewindvoerster gaf aan dat de uitgaven betrekking hadden op kleding, verzorging en een reis naar Suriname, waarvoor zij geen betalingsbewijzen meer had. Zij erkende tekort te zijn geschoten door onvoldoende kennis en stelde dat zij niet het volledige bedrag hoefde terug te betalen.
De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerster tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat een sluitende onderbouwing van de uitgaven ontbreekt. De schade is vastgesteld op €19.000,- per 9 december 2021, rekening houdend met reeds gedane aflossingen. Er is een betalingsregeling getroffen waarbij het bedrag in maandelijkse termijnen van €150,- wordt voldaan, met wettelijke rente en onmiddellijke opeisbaarheid bij wanbetaling.