ECLI:NL:RBROT:2021:1270

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2021
Publicatiedatum
17 februari 2021
Zaaknummer
C/10/610825 / FA RK 20-10314
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggzartikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken psychotisch beeld en ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 4 januari 2021 om voortzetting van een crisismaatregel die op 3 januari 2021 was opgelegd aan betrokkene, die destijds verward gedrag vertoonde mogelijk onder invloed van middelen en fysiek agressief was. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 januari 2021 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene en zijn advocaat werden gehoord, evenals een arts in opleiding tot specialist (AIOS) verbonden aan de zorginstelling.

De zorgverlener verklaarde dat betrokkene na opname rustiger was geworden en dat er geen restverschijnselen waren die duidden op een psychotische stoornis. Er was geen sprake meer van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende grond was om verplichte zorg voort te zetten.

Daarom wees de rechtbank Rotterdam het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 6 januari 2021 en schriftelijk uitgewerkt op 12 januari 2021.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting crisismaatregel afgewezen wegens ontbreken psychotisch beeld en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/610825 / FA RK 20-10314
Externe referentie: [referentienummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 januari 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 januari 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 3 januari 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 3 januari 2021;
  • de medische verklaring opgesteld door drs. [naam psychiater] , psychiater, van 3 januari 2021;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam AIOS] , AIOS, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

Bij aanvang van de opname was er sprake van verward gedrag bij betrokkene, (mogelijk) onder invloed van lachgas, alcohol en andere middelen. Daarnaast vertoonde betrokkene fysiek agressief gedrag naar de verpleging. Voornoemd gedrag is reden tot zorg, maar er doet zich op dit moment geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de zorgverlener dat betrokkene na de opname rustiger is geworden en dat er is geen sprake van restverschijnselen die kunnen duiden op een psychotische stoornis. Een langere opname acht de zorgverlener niet nodig. Gelet op het voorgaande bestaat er op dit moment onvoldoende grond om verplichte zorg toe te kunnen wijzen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 6 januari 2021 mondeling gegeven door mr. F.J. Koningsveld, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 12 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.