ECLI:NL:RBROT:2021:12797
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen na adresonderzoek
Eiser was ingeschreven op een adres in Rotterdam, maar werd per 25 februari 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) omdat hij geen adreswijziging had doorgegeven en zijn verblijfplaats niet kon worden vastgesteld. Verweerder startte een uitgebreid adresonderzoek na een melding van de Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel, waaronder huisbezoeken en raadpleging van diverse bronnen.
Eiser stelde dat hij wel bereikbaar was en dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd, onder meer omdat hij geen sociale media gebruikte en de verklaring van een medebewoonster niet betrouwbaar was. De rechtbank oordeelde dat verweerder het onderzoek conform de geldende Circulaire had uitgevoerd en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van zijn verblijf op het adres.
De rechtbank stelde vast dat aan alle cumulatieve voorwaarden van artikel 2.22 van de Wet BRP was voldaan: eiser was onbereikbaar op het woonadres, had geen wijziging doorgegeven en na gedegen onderzoek konden geen gegevens over zijn verblijf worden achterhaald. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Eiser had wel procesbelang omdat hij schade had geleden door het besluit, maar dit maakte het besluit niet onrechtmatig. De uitspraak werd gedaan door rechter Bouter-Rijksen op 16 december 2021 en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP wordt ongegrond verklaard.