Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet en zijn huidige uitkering volgens de Participatiewet. Vijftien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, Qredit, stemde niet in en weigert mee te werken.
Qredit betoogt dat het aanbod onvoldoende financieel transparant is en niet het maximaal haalbare betreft, aangezien verzoekers inkomenspositie in de toekomst kan verbeteren. De rechtbank overweegt dat een schuldeiser in beginsel recht heeft op volledige voldoening van zijn vordering en beoordeelt of de weigering van Qredit redelijk is.
De rechtbank concludeert dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het aanbod het uiterste is wat verzoeker kan bieden. Verzoeker is tijdelijk vrijgesteld van sollicitatieplicht en onder behandeling van een psycholoog, maar heeft een arbeidsverleden dat wijst op een mogelijkheid tot werken. Daarom wegen de belangen van Qredit zwaarder dan die van verzoeker en de overige schuldeisers.
Het verzoek om Qredit te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen. De rechtbank zal afzonderlijk beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.