Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan negen schuldeisers, waarbij één preferente en acht concurrente schuldeisers betrokken zijn met een totaal van €27.820,48 aan vorderingen. De regeling voorziet in een betaling van 11,66% aan preferente en 5,83% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die vanwege medische belemmeringen en verslavingsproblematiek niet kan werken.
Van de negen schuldeisers stemden acht in met de regeling, waaronder het LBIO, terwijl één schuldeiser met een vordering van €8.272,66 (29,74% van de totale schuldenlast) weigerde. De rechtbank stelt vast dat de regeling goed gedocumenteerd en getoetst is door een onafhankelijke partij (Gemeente Nissewaard) en dat de weigering van deze schuldeiser niet redelijk is gezien de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat het dwangakkoord gerechtvaardigd is omdat het voorstel het uiterste is wat verzoeker kan bieden, en dat toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling minder gunstig zou zijn voor schuldeisers door bijkomende kosten en latere uitkering. Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling, wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en veroordeelt de schuldeiser in de proceskosten.