Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar dertien schuldeisers, waarbij twaalf schuldeisers instemden, maar één schuldeiser, met een vordering van 12,5% van de totale schuld, weigerde mee te werken. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en houdt een eenmalige betaling in van een klein percentage van de vordering.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster geen inkomen heeft uit werk, psychische problemen kent en afhankelijk is van een uitkering en ondersteuning. De aangeboden regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is het uiterste wat verzoekster kan bieden. De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan het belang van de weigeraar.
De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de regeling, veroordeelt deze in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat deze regeling minder oplevert voor schuldeisers en meer kosten met zich brengt.