Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Faillissementswet, waarmee verweerster wordt verboden het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte uit te voeren. De rechtbank heeft dit verzoek op 10 december 2021 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een spoedeisende situatie vanwege het reeds uitgesproken vonnis tot ontruiming en de aangekondigde uitvoering daarvan. Een belangenafweging tussen verzoeker en verweerster leidt tot het oordeel dat het belang van verzoeker, om in zijn woning te kunnen blijven wonen in afwachting van de WSNP-beslissing, zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
Verzoeker staat onder beschermingsbewind en voldoet de huurtermijnen tijdig. Schuldhulpverlening zet zich in om het WSNP-verzoek aan te vullen binnen de gestelde termijn. De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe onder de voorwaarde dat lopende termijnen worden voldaan en totdat over het WSNP-verzoek is beslist.