Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
2..De standpunten
3..De beoordeling
4..De beslissing
de heer mr. P. H. L. Adam,
[postcode 2] , [plaats 2] ;
mr. E.P.J. van de Luitgaarden, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 december 2021. [1]
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 17 december 2021 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die was veroordeeld als medepleger van afpersing. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege meerdere tekortkomingen, waaronder het niet tijdig informeren over de strafzaak, het niet naleven van de sollicitatieverplichting en een aanzienlijke inkomensterugval door detentie en ontslag.
Schuldenaar erkende zijn betrokkenheid bij de strafzaak, maar betwistte de strafmaat en heeft hoger beroep aangetekend. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de gedragingen van schuldenaar onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling en dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn. De benadeling van schuldeisers wordt geschat op minimaal € 8.000,-.
De rechtbank stelt vast dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c, d en e van de Faillissementswet. Tevens wordt het faillissement van schuldenaar uitgesproken zodra de uitspraak in kracht van gewijsde treedt, met benoeming van een rechter-commissaris en curator. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld op maximaal € 3.244,14.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd en het faillissement van schuldenaar uitgesproken.