De rechtbank Rotterdam behandelde beroepen tegen twee verkeersbesluiten die onder meer de instelling van tweerichtingsverkeer en wijzigingen in de routering betroffen. In een eerdere tussenuitspraak was een motiveringsgebrek vastgesteld bij beide besluiten. Verweerder kreeg de gelegenheid dit te herstellen door aanvullend verkeerskundig onderzoek te overleggen.
Ten aanzien van het eerste besluit (verkeersbesluit [straatnaam 1]) heeft verweerder de motivering niet voldoende hersteld. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is toegelicht waarom kan worden afgeweken van de minimale rijstrookbreedte volgens de richtlijnen, mede gezien het gebruik door grote voertuigen en fietsers. Het gebrek is niet hersteld en het besluit wordt vernietigd.
Voor het tweede besluit (verkeersbesluit Busstation) heeft verweerder wel voldoende gemotiveerd hoe veiligheidsaspecten zijn meegewogen, waardoor het motiveringsgebrek is hersteld en de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en eerdere tussenuitspraak.