Tussen eiseres en gedaagde is een plaatsingsovereenkomst gesloten waarbij het minderjarige kind van gedaagde werd geplaatst bij een kinderopvanglocatie van eiseres. Gedaagde was gehouden tot betaling van maandelijkse ouderbijdragen, maar liet meerdere facturen gedeeltelijk onbetaald. Eiseres maande gedaagde herhaaldelijk tot betaling en beëindigde de overeenkomst per 31 januari 2020.
Eiseres vorderde betaling van de openstaande hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde stelde een betalingsregeling voor, die door eiseres werd afgewezen wegens te laag bedrag. De kantonrechter stelde vast dat gedaagde de hoofdsom niet betwistte en wees de vordering toe, inclusief de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, voor zover redelijk en conform wettelijke vereisten.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 2.865,42 plus rente vanaf 1 juli 2020, en in de proceskosten. De gevorderde wettelijke rente over incassokosten werd afgewezen omdat niet was gesteld dat deze reeds aan de incassogemachtigde waren voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.