ECLI:NL:RBROT:2021:13008
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in strafzaak witwassen en oplichting
Verzoeker, verdacht van witwassen, computervredebreuk, oplichting en deelname aan een criminele organisatie, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die betrokken was bij de beoordeling van de rechtmatigheid van zijn inverzekeringstelling en de vordering tot inbewaringstelling.
De rechter-commissaris had besloten de vordering tot inbewaringstelling niet te behandelen en beperkte zich tot de rechtmatigheidstoets van de inverzekeringstelling. Verzoeker stelde meerdere wrakingsgronden aan de orde, waaronder vermeende vooringenomenheid en onvoldoende dossierkennis.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek ontvankelijk was omdat de rechter-commissaris mogelijk nog betrokken zou zijn bij de zaak. Bij de inhoudelijke beoordeling werd geoordeeld dat geen sprake was van vooringenomenheid of schijn daarvan. Ook was de beslissing van de rechter-commissaris niet zo onbegrijpelijk dat deze alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard.
De rechtbank benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is en dat de rechter-commissaris een eigen verantwoordelijkheid heeft in de voorbereiding en behandeling van zaken. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.