ECLI:NL:RBROT:2021:13014
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in civiele echtscheidingsprocedure islamitisch recht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de civiele procedure behandelde waarin de wederpartij vordering tot medewerking aan een islamitische echtscheiding had ingesteld. Verzoeker stelde dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door de wederpartij de rol van tolk toe te kennen terwijl een beëdigde tolk aanwezig was, en door te concluderen dat verzoeker geen antwoord gaf op vragen over zijn bereidheid om de talaq uit te spreken.
De rechtbank onderzocht het proces-verbaal van de zitting en concludeerde dat de rechter de orde in de zitting bepaalde en dat het toestaan van de wederpartij als tolk geen aanleiding gaf tot een geobjectiveerde vrees voor partijdigheid. Ook was het oordeel van de rechter dat verzoeker geen duidelijk antwoord gaf op de vraag over de talaq gerechtvaardigd en niet onbegrijpelijk.
De rechtbank benadrukte dat wraking slechts kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier ontbrak. De handelswijze van de rechter was niet onbegrijpelijk of onrechtmatig en de vrees voor partijdigheid was niet objectief gerechtvaardigd.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2021.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.