De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van achterstallige maandelijkse bijdragen en bijkomende kosten van een lid, [persoon A], die sinds mei 2017 niet heeft betaald. [persoon A] stelt zijn betalingsverplichtingen te mogen opschorten vanwege tekortkomingen van de VvE in het onderhoud van het dak en vochtproblemen in zijn appartementen.
In reconventie vordert [persoon A] dat de VvE wordt veroordeeld tot herstelwerkzaamheden aan het dak binnen een maand en tot betaling van schadevergoeding wegens huurderving en waterschade. De VvE voert aan dat de gebreken bekend zijn, maar dat op de algemene ledenvergaderingen van 2017, 2018 en 2019 is besloten geen onderhoudswerkzaamheden uit te voeren en dat [persoon A] deze besluiten niet heeft aangevochten.
De rechtbank oordeelt dat [persoon A] als lid verplicht is de vastgestelde bijdragen te betalen en dat hij geen recht heeft op opschorting omdat er geen opeisbare vordering jegens hem bestaat. De vorderingen tot herstel en schadevergoeding worden afgewezen omdat de VvE niet tekortschiet in haar verplichtingen en de besluiten rechtsgeldig zijn genomen. De vordering tot betaling van de hoofdsom en wettelijke rente wordt toegewezen, evenals de incassokosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.